Posted by on 06-nov-2012 in de wereld om ons heen, kinderen, papa en mama, vrienden en familie, werk | 0 comments

Het einde. Van de martelgang die Oog in Al heet. Deze periode kunnen we per december als een afgesloten hoofdstuk beschouwen. Een resumé voor iedereen die niet op de hoogte is van onze twee jaar huizenmisère en een beknopte (we lopen iets op de zaken vooruit) nabeschouwing van de afgelopen twee jaar.

2010. Vreugde alom: ons derde kindje komt eraan! Nu wordt het echt tijd voor een ‘grote-mensen-huis’ waar een heel gezin in past. We zoeken en vinden een bouwval in Oog in Al. Te betalen, dus we kopen en gaan er met goede moed tegenaan. Zwanger en wel, en onder het toeziend oog van een peuter en nog een peuter slopen we alles wat er in het huis zit eruit en beginnen we met de renovatie. Kapot zijn we. We doen zoveel mogelijk zelf om kosten te besparen. Alle uren die we ergens ‘over’ hebben, werken we aan het huis. Langzaam maar zeker knapt het op, maar het is een monsterlijke klus en kost (zoals altijd) veel geld.

In februari zijn we nog helemaal niet klaar met het huis en zeker niet voor en bevalling, maar Neas laat zich niet tegenhouden en geeft op 26 februari acte de présence. Zijn komst is een lichtpunt. We vergeten voor heel even het harde werken. Echt heel even, want na een paar dagen gaat René alweer aan de slag en blijft mams alleen met twee peuters en een baby achter. Neas presteert het vanaf week 1 bijna niet te slapen. En dat houdt hij een jaar lang vol.

Alleen
Ondanks het feit dat er drie kindjes in huis zijn, ben ik alleen. Heel alleen. René werkt in het huis en is hele dagen weg. Ik heb een opvliegende peuter, een peuter die meer aandacht van mij moet krijgen maar ik ben zo druk met alledrie en doe haar eigenlijk tekort, een vrolijke (hoe is het mogelijk als je niet slaapt?) baby en zelf een verschrikkelijk kort lontje door de dagelijkse herrie en het slaaptekort. Op 3 uur per nacht wil je echt geen jaar draaien. Zeker niet een jaar als dit. De kraamperiode is allesbehalve een roze wolk. We houden de boel op ons tandvlees draaiende tot juni. Dan zitten we op het randje van financiële kunnen en zijn we gedwongen ons ‘oude’ huis (wat niet verkocht is) te verhuren en te verhuizen naar een klushuis dat voor de helft klaar is. We doen het, met z’n tweetjes, terwijl opa en oma oppassen. Na een week lang heen en weer rijden en een weekend samen sjouwen en slepen zijn we over. Met tranen in onze ogen staan we in Oog in Al.

Dieptepunt
Ik vervloek het huis vanaf het moment dat we er wonen. Ik heb tijdens de kraamperiode en de verbouwing een bloedhekel gekregen aan de afstand die elke keer overbrugd moet worden tussen Oog in Al en de binnenstad. Net voor de verhuizing is Isin ingeloot op de leukste school van Utrecht, dus voor hem gaan we alle kindjes in de binnenstad op school houden. Dat betekent fietsen. Heel veel fietsen. Iedereen die denkt dat dat goed voor de conditie is, mag een week met ons ruilen. 50 kilo kinderen in een zware bakfiets, en dan een rondje van bijna 10 kilometer maken. Op nog steeds 3 uur slaap per nacht. Inmiddels zijn we beiden ook weer aan het werk, lief 3 dagen per week en ik vier. Na een paar weken zijn we gebroken. Zowel fysiek als mentaal. Het is een logistiek hoogstandje om iedereen op tijd op de juiste plek te krijgen (lees: onmogelijk). We komen al snel tot de conclusie dat als er eenmaal iemand op school is, het helemaal geen zin heeft om terug te fietsen naar ‘huis’, dus we overleven een jaar lang in de stad. Neas en Nim spelen in koffiezaakjes, slapen bij de Hema op een bankje in het restaurant of in de vensterbank van de koffietent aan de gracht en kennen de Hema-wc + verschoontafel beter dan de exemplaren die we in Oog in Al hebben. We leven dagelijks uit onze knapzak, tot we alle schoolkindjes weer op kunnen halen en naar huis mogen. Iedere keer als we de Mariaplaats achter ons laten, staan de tranen me in de ogen. Van de hormonen… en van het besef dat dit de domste keuze is geweest die we ooit hadden kunnen maken.

Ommekeer
In november hakken we de knoop door. Als we Sint Maarten in de binnenstad vieren is mijn lief eindelijk net zover als ik: we gaan terug. Dit is niet vol te houden. We zijn in een half jaar tijd schimmen geworden van de mensen die we voorheen waren. Dit besluit betekent wederom hard werken. Weer dagen alleen. Weer verbouwen. Er moet het nodige af worden gemaakt, voordat het huis in de verkoop kan. En dat weegt (nog steeds op die paar uur slaap per nacht) zwaar. Gelukkig geeft het idee dat we terug gaan nog net dat beetje energie dat we nodig hebben om de klus te klaren. In februari kunnen we eindelijk het ‘Te Koop” bord op het nieuwe huis plakken. Dan komt er weer een slag: de huizenmarkt stort nu volledig in en in de doorstromers-markt wordt hoegenaamd niets meer verkocht. We zijn genoodzaakt een enorme prijsdaling door te voeren en daarmee onszelf in een verliezerspositie te plaatsen.

Oppelepop
Weer klappen. Prijsdalingen. Schulden. Verkochte huizen om ons heen. Slecht weer. Zware fietstochten. Kleuters en peuters die je op het randje van waanzin drijven. Stress, om huizen, financiën en kinderen. Hersens die uitvallen. Tegenslag na tegenslag. Het is ongelofelijk wat een periode als deze met een mens doet.
Ik heb het afgelopen jaar heel vaak gedacht dat aanstellen ‘nu even niet handig was’ en dat er best nóg wel een schepje bovenop kon. Gewoon doorwerken, doorklussen en vrolijk  blijven voor de kindertjes, ook als je het logistiek, fysiek en mentaal niet meer aankunt. Naast alle bezigheden starten we ook nog een project op dat ons van de schulden moet redden: we gaan een boek maken voor op iPhone en iPad. Ik schrijf, teken, René componeert muziek, maakt geluidseffecten, we leren onszelf HTML5, animeren en programmeren en regelen vertalers, voice-overs en ik start mijn eigen bedrijf op. We leven alleen nog naast elkaar: overdag kinderen, werken, ’s avonds kindjes naar bed en meteen weer aan het werk. Zodra we een bed zien, vallen we in slaap. Zo gaat het maandenlang.

Tussen de bedrijven door krijgen we er nog meer logistieke uitdagingen bij omdat we bij bezichtigingen (die er gelukkig wel zijn) het huis schoon en leeg achter moeten laten en dat is met kleine kindjes, school en een slapende dreumes een flinke klus. Ondanks alle inspanningen krijgen we het huis niet verkocht. We pakken woningzoekenden op social media op, sturen berichten, starten een FB-pagina, we werken er hard aan om het huis verkocht te krijgen. Dit is het absolute dieptepunt. In de spiegel zie ik iemand die tien jaar ouder is dan degene die daar een jaar geleden naar me terug keek. Ik ben de lust om iets te ondernemen kwijt. Het interesseert me allemaal niet meer. Met de laatste restjes energie maak ik van mamadagen nog iets leuks, en daar blijft het bij. Mijn hoofd is stuk. Ik onthou niets meer. Ik laat overal steken vallen. Ik heb geen zin meer om me aan te kleden, me op te tutten of überhaupt te douchen en een kam door mijn haar te halen. ‘Who cares?’ is het enige dat in mijn hoofd blijft hangen. Een paar mensen wel. Maar ook een heleboel niet. En dat breekt me. Dat niemand het ziet. Daar krijg je enge gedachten van. En maakt je intens verdrietig. Ik zat dagen achtereen huilend op mijn werk, gelukkig verscholen achter twee beeldschermen in een afgelegen hoekje.

Strohalm
Als de put helemaal bodemloos lijkt, komt de Open Huizen Dag. Onze laatste strohalm. En het onmogelijke gebeurt: we verkopen! Natuurlijk is het verre van ideaal: we moeten immers met het hele gezin inschikken op de helft van de meters, maar de plek hebben we terug. Na een neerwaartse spiraal, durven we weer heel voorzichtig de stijgende lijn te zien. Er komt nog steeds een heleboel op ons af: weer verhuizen, weer alle spullen verkopen en natuurlijk de restschuld die ons boven het hoofd hangt en met de overdracht een afzakt naar onze schouders. Die last mogen we daar de komende jaren meetorsen. Maar toch: het ergste lijkt achter de rug. Na alles waar we de afgelopen twee jaar doorheen hebben gebeten, kunnen we dit ook nog wel aan. En één ding is een pleister op de wond: na 1 december denken we nooit, maar dan ook nóóit meer aan het leed dat Oog in Al heet.

 

Ps. het iPad/iPhone-prentenboekje dat we gemaakt hebben, vind je hier:
https://itunes.apple.com/nl/app/noa-kapoen/id566976949?mt=8